Thursday, May 17, 2007

Hoe het begon

Waar haalde ik het vandaan dat ik schrijver wilde worden? Ik had geen idee wat dat inhield en ik had tot dusverre ook geen buitengewoon talent getoond. Mijn cijfers voor opstellen waren middelmatig. Mijn bijdrages aan de schoolkrant bestonden voornamelijk uit collages. Ik had fantasie, ik hield van het bedenken van verhalen, dat was het enige. Maar als je zeventien bent, kan dat genoeg zijn. Ik zag op tegen de eisen en verantwoordelijkheden van een volwassen leven en ik dacht dat het eigenlijk wel een leuk ding zou zijn om gewoon door te gaan met fantaseren. Blijven op het niveau van de zandbak en zelfgebouwde hutten in het bos. Zo was het 1983 en schreef ik mijn eerste dingetje. In 1992 heb ik het nog een keer bewerkt, waar de oorspronkelijke versie is gebleven weet ik niet. Weggegooid waarschijnlijk, toen ik emigreerde en mijn schepen achter me verbrandde. Geen kind gebleven, geen schrijver geworden...

Terloops

Ik zit in de nis van een oud electriciteitshuisje. Niet alleen, er zijn nog drie anderen. Een van hen is een meisje met grijze ogen, die haar armen om mij heen geslagen heeft. Ze heet Thera. De andere twee zijn Bert en Yvonne. Ze geven een joint door die ik voorbij laat gaan.
Ik ril van de kou. Thera ook, ondanks de zware jassen die we dragen. Het is niet echt koud, maar de jassen zijn te groot. Ze kijkt me aan. Ik vind haar ogen fantastisch, om in te verdrinken. We zoenen hartstochtelijk. Ze duwt me tegen de wand, als ze met haar tong mijn mond binnendringt. Ik sluit mijn ogen. Deze avond gaat het gebeuren.
Tegenover het electriciteitshuisje, nog geen twee meter bij ons vandaan, staat een helverlichte telefooncel. Verder om ons heen verdorren kniehoge struiken, langs een trottoir met vuile stoeptegels in een saaie, vervallen woonwijk. Twee splinternieuwe straatlantaarns belichten onverschillig de straat. De wereld in grijze tinten met het felle groen van de telefooncel.
Ik bewonder haar schouders. Ik heb nooit een meisje durven zeggen dat ik van haar houd. De schaamte zou me verstikken als zij niet ook van mij hield. Ik streel haar borsten. Ze ontspant, ondergaat en moedigt aan met het geluid van haar ademhaling. Ik durf nog steeds niet.
Yvonne zit onhandig met de smeulende peuk in haar vingers. Bert kijkt me plotseling agressief aan. Ik zeg: "Hoi, Bert," om de spanning te breken. Yvonne kijkt nu ook naar mij. Doorgaans houd ik van bruine ogen, maar die van haar vind ik karakterloos. Bert komt overeind: "Je gaat tegen de muur hoor," grijnst hij. Thera opent geschrokken haar ogen.
Hij heeft vaker gewelddadige opwellingen en steeds moet ik het ontgelden. Dan doet hij alsof hij me wurgt, net als nu. Thera is bang voor hem. Ik niet, ik weet precies waarom. Vanavond knijpt hij harder dan gewoonlijk. Ik weet wel dat hij Thera wil, al slaapt hij alle nachten met Yvonne. Natuurlijk is hij groter en sterker dan ik. Bovendien is hij net begonnen met afkicken van heroןne. Toch kan ik gelaten wachten tot hij ophoudt.
Zoals ik het zie, is Bert een man van angst. Daarom kan ik niet bang zijn voor hem. En dan is er nog de sfeer met Thera vanavond. Ik weet dat het gaat gebeuren, dus weet ik ook dat ik zelfs deze aanval van razernij bij Bert te boven zal komen. "Laat Pet los, Bert," hijgt Thera onzeker, terwijl Yvonne schaapachtig toekijkt.
Bert is onder meer bang voor honden. Als er luid blaffend een bouvier door de straat holt, vlucht Bert in paniek de telefooncel binnen. Thera lacht en omhelst mij. Yvonne giechelt en duikt eveneens de telefooncel in. Ze begint op opzichtige wijze met Bert te zoenen. Ik geloof niet dat ze echt van hem houdt. Ik vraag me af of zij op haar manier verslaafd is. Verslaafd aan aandacht of iets dergelijks. Misschien is ze bang om alleen te zijn, dat kan ook.
De man die zijn bouvier uitlaat kijkt angstvallig naar ons. Bert kijkt op dezelfde wijze naar de hond. Verbeeld ik het mij, of kijkt Yvonne net zo naar Bert als ze zich tegen hem aan drukt? Overal heerst angst.
Ik ken zelf één angst. Als Thera en ik weglopen, moet ik daar opnieuw aan denken. Ik durf haar niet vertellen dat ik van haar houd. Ik wil met haar naar bed, maar ik schrik al van de gedachte. Zelfs al weet ik dat het gaat gebeuren. Zoiets zou ik nooit durven vragen, of zelfs maar suggereren.
Tegenover een vaart worden woningen gerenoveerd. De straat is opgebroken. Thera en ik worstelen door mul zand. Haar mond nadert mijn gezicht, de getuite lippen voorspellen een zoen. Verlangend ontspan ik. Dan fluistert ze terloops: "Pet, ik ben best wel gek op jou." Ik vergeet adem te halen. Zij heeft het gedurfd. Zo gemakkelijk. Het ging vanzelf. Ik wil zeggen: "Ik ook op jou," maar mompel in plaats daarvan: "wat is best wel?" Thera let er niet op. Ze is stil blijven staan en woelt met haar handen onder mijn jas. Ik doe hetzelfde. Met mijn tong duw ik haar lippen vaneen. Ze ontvangt me gretig.
Vanavond zullen we het doen. Mijn eerste keer.
Post a Comment