Thursday, May 10, 2007

'A boy named Sue' wordt 'the Man called Anne'

Mijn naam is Anne. Ik ben een man. Ik kan me herinnneren dat ik op de kleuterschool wel eens uitgejouwd werd: "Anne is een meisje! Anne is een meisje!" Op mijn werk heb ik een collega die me wel eens plagerig toevoegt: "Maar Anne is eigenlijk een vrouwennaam." Het zegt iets over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Er is een scheiding tussen die twee en het mannelijke wordt hoger ingeschaald. Een vent uitmaken voor een meisje is in die context denigrerend. Het omgekeerde vaak ook, maar dat is toch anders.

Als we het toch over namen hebben. Ik zie om mij heen al jaren een trend dat traditionele mannennamen ook door vrouwen gebruikt worden en aan meisjes gegeven worden. Ik hoor mensen hooguit klagen over de verwarring die dat met zich meebrengt, maar nooit over de gender problematiek die dit bij een meisje zou kunnen teweegbrengen. Vrouwennamen worden daarentegen nooit aan mannen gegeven. En in de beroemde song 'a boy named Sue' eindigt het relaas ondanks de ontdekte goede kanten van de naam met een hartgrondig: 'I still hate that name!'

Er zijn vrienden (opmerkelijk genoeg vooral vrouwen) die me wel eens gevraagd hebben of zo'n vrouwennaam me geen problemen met mijn mannelijke identiteit bezorgd hebben. Ik vind wel dat ik de nodige problemen met mijn mannelijke identiteit, mijn seksualiteit en zo meer heb gehad, maar ik zie dat niet origineren in mijn naam.

De naam is trouwens geen vrouwennaam. Ik ben vernoemd naar mijn Friese grootvader. In het Fries is Anne een jongensnaam, verwant aan Arne in noordse talen. De naam betekent Adelaar en is daarmee een volwaardig viriele naam als in de beste tradities. De verwarring ontstaat doordat men de Friese oorsprong niet kent of vergeet en zich laat verwarren door de klankmatige overeenkomst met de vrouwennaam Anne die komt van Anna.

Naarmate men verder van Friesland verwijderd is, is de associatie met de naam Anne er een van een vrouw, zonder enig voorbehoud. Met name buiten Nederland komt het bij een zinnig mens niet op om te denken dat Anne een man zou kunnen zijn, maar zelfs in Nederland is dat toch meer een secundaire, wat theoretische, mogelijkheid en is by default, om het zo maar een te zeggen, elke Anne een vrouw.

Je ziet hier ook een kloof tussen rationeel weten en ervaren. Zelfs ik denk bij een Anne aan een vrouw. Ik kreeg een keer een brief ondertekend door 'Anne' en veronderstelde met een vrouw van doen te hebben en kwam er tot mijn grote verrassing achter dat ook achter deze Anne een man school. Kortom, de vrouwelijke gender van de naam is een sociale conventie.

Dit betekent dat het jongetje dat nageroepen krijgt dat hij een meisje is, weerloos is. Hij weet dat het niet zo is, hij zou het zelfs kunnen uitleggen, maar hij kan de conventie niet veranderen. En zo verkeert hij in een soort fundamentele eenzaamheid: de mannelijke kant van zijn naam en dus van een deel van zijn identiteit is niet afdoende erkend in de sociale realiteit. De mannelijkheid is niet vanzelfsprekend en moet steeds opnieuw aangetoond worden.

Een essentiele kern van de identiteit moet dus als het ware steeds opnieuw bevochten worden. En ook al is de overwinning zeker; doordat het gevecht eindeloos is, is het in zekere zin ook een verloren zaak. Als een vreemdeling die bij voortduring naar zijn papieren kan worden gevraagd. De papieren zijn in orde maar de legitimatie is nooit definitief. Het is elke keer een legitimatie tot aan de volgende barriere. En dan moet er opnieuw gelegitimeerd worden. En daarmee, hoewel legitiem, blijft de aangesprokene tweederangs, een voortdurend geval van twijfel.

Een dergelijke vreemdeling zal in een mate van vrees leven: dat de dag ooit komt dat de legitimatie faalt en het gewonnen gevecht alsnog verloren gaat. Een dwaling in de bureaucratie, een onwillige controleur of een veranderde regel en dan wacht hem alsnog het lot van de vreemdeling zonder geldige papieren. Zo heb ik visioenen dat ik een vrouwelijke identiteit moet aanvaarden om mijn naam te kunnen behouden.

Het gekke is dat ik nooit mijn naam heb willen veranderen. Daarvoor is de realiteit te sterk dat het die Friese naam is die mij verbindt met de voorouders. Er kleeft een onuitgesproken trots en eigenheid aan die naam. De naam veranderen voelt aan als onzuiver en als een knieval aan een conventie die onwetend en dus eigenlijk dom is. Het voelt als een definitief verlies. In dat opzicht is de eenzaamheid dus ook verkozen.

Het alternatieve verlies is het verlies aan mannelijkheid. Het is iets dat zo vaak gebeurt dat het voor mij een alledaagsheid is. Het verlies is nooit definitief. In onze analogie: de vreemdeling wordt nog wel eens naar zijn papieren gevraagd en degene aan wie hij de papieren toont, neemt aanvankelijk aan dat ze niet in orde zijn. Pas na nader onderzoek is de legitimiteit hersteld. Als ik mijn naam invul op een formulier, word ik door de ontvangende instantie steevast als vrouw geclassificeerd. Daar waar ik opereer op het internet onder mijn echte naam, veronderstelt men een vrouw. Ja zelfs waar ik de gelegenheid heb om mijn geslacht aan te geven, wordt de door mijn opgegeven mannelijkheid regelmatig genegeerd en neemt de ontvanger mij als vrouw.

Zelfs als men niet gelooft in een direct effect van naamgeving op een kind, toch word je als persoon door die naam gekend en dus ook door de associaties die anderen bij die naam hebben en in dat opzicht is Anne heten obscuur en problematisch. Mijn innerlijke trots is eenzaam. Hij bestaat voor mij, maar is geen ervaring die ik delen kan. De manier waarop ik van binnen Anne heet is onkenbaar, zoals een zieke zijn ziekte beleeft, zoals een gevangene in zijn cel leeft en zoals een gek een psychose heeft.

Men zou kunnen tegenwerpen dat dat te ver gaat. Tenminste binnen het familieverband is de naam Anne erkend mannelijk en erkend als die van de patriarch. In mijn situatie echter wil het geval dat mijn neven en mijn vader ook naar mijn grootvader zijn vernoemd en dat ik de jongste van alle Annes in de familie ben. In mijn kindertijd, waarin ik dus buitenshuis voor meisje werd uitgemaakt, was ik binnenshuis weliswaar geen meisje, maar heette ik wel 'de kleine Anne' en daarmee was ik misschien wel man, maar toch niet meer dan een kind.

Post a Comment